Home
Home

Zoek een persoon
Personen

Zoek een schip
Schepen

Overzichten

Bronnen
Woordenboek
Woordenboek


Maten

Retour
Het schip
Claudius (1880)
Javaan (1897)
 
Meer informatie over dit schip
Ameland, 18 Dec. Hedenmorgen is hier gestrand het Nederl. stoomschip Javaan, kapitein Boon, met ijzererts van Oxelösund naar Rotterdam bestemd. Een deel der bemanning is aan boord gebleven. Men hoopt het schip met een volgend getij met sleepkracht vlot te krijgen.
19 Dec. De Javaan zit vol water. Kapitein Boon en de equipage zijn door de sleepboot Hercules te Nieuwediep (N.H.) aan land gebracht. Volgens een ander bericht is de Javaan gezonken na afgesleept te zijn.
Rotterdamsch Nieuwsblad, 20-12-1898

Het vergaan van het ss. Javaan.
Om enkele onjuiste mededeelingen in de dagbladen te verbeteren, geven wij hier het relaas van de stranding en het vergaan van het Ned. ss. Javaan, kapt. Boon, op reis van Oxelösund met een lading ijzererts naar Rotterdam:
Zondag, 18 December, des morgens om 5 uur, geraakte het stoomschip, wellicht door het ontbreken van vuurgezicht, op den zoogenaamden buitensten rug van Ameland. Zeelieden weten, dat het daar doorgaans ellendig spookt. Toen het stoomschip vast raakte, gaf de kapitein order om een werp uit te brengen; daartoe gingen 7 man der equipage met een sloep (vlet) uit, doch zij konden het niet oproeien en werden daarop door de reddingsboot van Nes gelukkig opgepikt en aan wal gebracht. Onder kerktijd kreeg de gezagvoerder D. Oepkes van de Neptunus per telegram van Ameland bericht, dat zijn hulp daar noodig was; eveneens werd de equipage dier sleepboot gewaarschuwd en om 10 uur 's morgens verliet deze de haven van Terschelling, waarna zij om half twee op de strandingsplaats aankwam en reeds om twee uur verbinding met de Javaan had, waarop zij 7 man van haar equipage, allen Terschellingers, overzette, terwijl op de gestrande boot zelve nog 13 man waren. Nog een uur lang heeft toen de Neptunus getracht het schip vlot te trekken, schoon de eb inviel, tot men moest staken, omdat de kammen, waaraan de sleeptrossen zaten, in de lucht vlogen. Ondertusschen verloor de Neptunus ook haar vlet, zoodat de toestand aan boord hachelijker werd. Des avonds om 8 uur, bij doorkomenden vloed, begon men opnieuw te werken, maar om 8 uur 30 werd de gestrande boot lek, nadat ze reeds eenige streken gedraaid was. Tegen 11 uur kwam de Hercules van 't Nieuwediep (N.H.) met vletterlieden, die het geluk hadden de 18 man van boord te krijgen en op de Hercules te brengen, die de Terschellingers overgaf aan de Neptunus en de anderen te Nieuwediep (N.H.) aanbracht. Allen hadden het stoomschip verlaten, zonder iets te kunnen bergen, dewijl alleen op de brug nog kans was om droog te blijven, daar het schip dadelijk en geregeld zonk, nadat het gebroken was. Men stelle zich, één oogenblik maar, den toestand dier 20 geredden voor in een kokende branding op een gezonken schip, terwijl op de Neptunus door het hevige werken alles aan dek vernield was, voor zoover het diende voor het afslepen. Ongetwijfeld moet men erkennen, dat hier door allen met moed en beleid is gehandeld, en al hebben de Nieuwedieper vletterlui geen lofspraak noodig, als aanmoediging voor latere plichtsbetrachting, en al staan de gezagvoerders der genoemde sleepbooten als stoere zeelieden bekend een woord van welverdiende hulde zij hun gebracht voor hun zelfopoffering bij de redding hunner evenmenschen, bijna allen onze landgenooten.
Van waar de meening komt, dat de Assistent bij de poging tot af brenging van schip en lading heeft medegewerkt, is een raadsel, daar deze sleepboot niet meer bestaat, evenmin als hier een sleepboot Terschelling is, die bij het gezonken stoomschip zou zijn geweest.
P. J. W.
Terschelling, December 1898.
Harlinger Courant, 30-12-1898