![]() Home |
![]() Personen |
![]() Schepen |
![]() Overzichten |
![]() Bronnen |
![]() Woordenboek |
![]() Maten |
| Het schip |
| Geertruida Gerarda (1890) |
| Meer informatie over dit schip |
| Behouden aangekomen. Men meldt uit Krimpen Aan de Lek aan de "N. Rott. Ct.": De reeder heeft een telegram uit Fremantle ontvangen, dat de drie vermiste schepelingen der "Geertruida Gerarda" aldaar behouden zijn aangekomen. De Morgenpost, 21-05-1902 Londen, 17 Mei. Het Nederl. schip Geertruida Gerarda werd 1 dezer op 32°Z 98°O verlaten. De kapitein, diens vrouw, 3 stuurlieden en 13 man van de equipage zijn opgepikt en te Natal [ Durban] geland. Het Nieuws van den Dag, 22-05-1902 Het verongelukken van het Nederl. schip "Geertruida Gerarda". Omtrent het verongelukken van de "Geertruida Gerarda", wordt aan een uit Durban geschreven brief door een der schipbreukelingen het volgende ontleend: Op 23 Maart zijn wij in ballast van Surabaya naar Newcastle (Aus) N.Z.W. vertrokken. Ongeveer 5 weken in zee zijnde en nooit hoegenaamd iets aan de ballast bespeurd hebbende, begon het schip naar bakboord over te hellen. De wind was toen Z.W. met bramzeils-koelte. De slagzijde werd steeds erger en na eenig beraad werd besloten klein zeil te maken, waarna een onderzoek in het ruim werd ingesteld. Wij ontwaarden toen dat de ballast was overgegaan en zoo dun als modder. Wij werden angstig, omdat aan de ballast in dien toestand niets te doen was en het schip door zware slagzijde niet meer te besturen was. Bovendien begon de ballast naar voren te loopen, waardoor het schip op den kop begon te liggen, en niet meer voor den wind kon gebracht worden om koers te zetten naar Fremantle. De in het ruim geplaatste schotten hadden zich reeds begeven. Na ongeveer een paar uur zoo gelegen te hebben, werd besloten de booten klaar te maken, om bijtijds van boord te kunnen gaan. Stengen en masten werden gekapt; alleen den grooten mast lieten wij staan met de groote ra er aan alleen in den hanger. Door het geweldige slingeren evenwel werden door deze ra twee van onze nu zoo onmisbare booten verbrijzeld. Na veel inspanning gelukte het de ra vast te krijgen en de eenige boot over boord te zetten. In 4 uur tijds was het mooie schip een wrak geworden en aan de golven ten prooi gegeven. Na nog twee dagen aan boord gebleven te zijn verlieten wij op 1 Mei het schip, behalve de zeilmaker, de timmerman en een matroos, die vrijwillig achterbleven, omdat er geen plaats meer in de boot was. De met 18 koppen bemande boot had slechts 2 decimeter uitwatering. Bij het van boord gaan stond er eene hooge Z.W. deining en was het buiig weer. Na 18 uur in de boot rondgezwalkt te hebben, kwamen de vuren van een stoomschip in 't zicht. Dit bleek te zijn de "Drayton Grange" met 600 soldaten en paarden naar Zuid-Afrika bestemd. Allen werden wij aan boord genomen en goed verzorgd kwamen wij te Durban aan. De kapitein en stuurlieden werden door de goede zorgen van den consul in het hotel "Metropole" geherbergd en de bemanning vond een onderdak in het zeemanshuis. De zeilmaker, timmerman en matroos, die aan boord bleven, werden eveneens gered en te Fremantle geland. De "Geertruida Gerarda" was een in 1890 gebouwde stalen bark. Reeder de heer P. van der Hoog te Krimpen Aan de Lek. Nieuwsblad van het Noorden, 19-06-1902 De Raad van Tucht deed gisteren avond uitspraak in de zaak van kapt. H. Duit Dzn., gewezen gezagvoerder van het Ned. barkschip "Geertruida Gerarda," welk schip tengevolge van den ballast (modder) die te Surabaya was ingenomen in onzeewaardigen toestand geraakte en op 1 Mei l.l. door den kapitein en bemanning werd verlaten op 33° Z.B. en 99° O.L.. De Raad van Tucht deed bij breed gemotiveerd vonnis uitspraak, achtte geen termen aanwezig om den kapitein te treffen in zijn bevoegdheid van schipper van de koopvaardijvloot en sprak hem vrij. Scheepvaart, 24-12-1902 Een avontuur op zee. Men herinnert zich, aldus het Soer. Hbl., dat het Nederlandsch barkschip Geertruida Gerarda in Mei van het vorige jaar bewesten Kaap Leeuwin, den (zuidwestelijken hoek van het vasteland van Australië), door zijn bemanning in den steek moest worden gelaten. Te Surabaya was modderballast ingenomen, die eerst vrij droog was en toen geen gevaar opleverde, doch later toen het schip door stampen water maakte, tot een brij werd, die over één kant en bovendien naar voren overhelde, met het gevolg dat het roer boven water uitstak en niet meer gehanteerd kon worden. Nadat de masten gekapt waren, bleek dat de Geertruida Gerarda nog niet stuurbaar was en werd het schip verlaten. Een hier dezer dagen gearriveerde koopvaardijkapitein vertelt ons nu dat hij ongeveer drie weken geleden de Geertruida Gerarda voor den zuidoostpassaat drijvende heeft gezien. Het schip verkeerde nog ongeveer in dezelfde omstandigheden, als toen het verlaten werd. Het nieuws van den dag voor Nederlandsch-Indië, 04-03-1903 |